

De lagere school was een tijd om nooit te vergeten. Ik kan het me nog goed herinneren. Mijn vader was beroemd en ik ging vaak met hem mee. Ik wist al heel vroeg dat ik wilde zingen en deed dat op school ook altijd. Op de schoolfeesten en bevrijdingsfeesten mocht ik zingen.
Het contact met de leraren was goed. Met een aantal van hen heb ik tot aan hun dood nog contact gehad. Als er respect is voor de leraren doen kinderen meer voor ze. Ze zien hun meesters en juffen soms meer dan hun ouders. Zo was dat ook bij mij, want ik bleef ‘s middags over.
Eén leraar had de klas niet in de hand. Ik had een keer een punaise op zijn stoel gelegd, maar net voordat hij ging zitten, riep ik dat er een punaise lag. Ik vond dat ik eerlijk was geweest, maar ik werd meteen naar de hoofdonderwijzer gestuurd. Die gebeurtenis is er een om nooit te vergeten.
We hadden alles in die tijd, kregen zelfs plakplaatjes bij een voldoende. Het is heerlijk als je spulletjes hebt om op school mee te werken. Het mooiste vond ik het om op de eerste bladzijde van een nieuw schrift te schrijven.